Ferdinand & Truus in Afrika
Blijf op de hoogte
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste artikelen
Laatste reacties
Foto's
Kaapstad vanaf 2014

Vanmiddag nemen we echt afscheid van de Kaap. Ons vliegtuig vertrekt om 18.05 uur.

Zaterdag ruim een week geleden nam de gemeente officieel afscheid van ons. Met een gezamenlijke braai bij de kerk en daarna een zowel ernstig als vrolijk samenzijn in de kerk. Erg mooi. Daar werden ook de meeste brieven voorgelezen die oud-collega’s en familie gestuurd hadden tegen 23 oktober vorig jaar, de officiële datum van mijn emeritering. En we kregen een paar prachtige cadeau’s, waaronder een driededelig ontbijt/lunch servies in Afrikastijl.

Vorige week hebben we nog een paar heerlijke dagen aan zee gehad, in Paternoster.  Oom Klaas en tante Emmie zijn een dag op visite geweest, al een beetje als voorbereiding op ook ons afscheid. Hoe sterk is immers de band tussen ons in onze jaren in Zuid-Afrika geworden! Ik ga zelfs steeds meer op oom Klaas lijken, krijg ik nogal eens te horen.

En afgelopen zondag ben ik nog beide diensten voorgegaan. ’s Morgens preekte ik over Jakobus 1, de oproep om daders van Gods Woord te zijn en niet alleen hoorders. Daarmee maakte ik de cirkel rond van ruim 41 jaar predikant in een gemeente zijn. Mijn intreetekst in Garrelsweer en Ten Post was Romeinen 1:17: “Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het Woord van God”. Tussen de middag hebben we voor het laatst bij oom Klaas en tante Emmie gegeten en afscheid genomen, ook van nicht Margriet en haar dochter Magda.

Ik had de kerkenraad vóór het avonddienst gevraagd om niet nog eens een keer weer met een toespraakje te komen na de dienst, of ons nog een keer Psalm 134 het laatste vers toe te zingen. Dus toen de dienst afgelopen was liepen de ouderling aan dienst en ik meteen terug naar de kerkenraadskamer. Dat is hier een paar stappen achter de kansel en de hoek om. Maar iemand had andere gedachten gehad, want in de kerk was het orgel vrijwel meteen gaan spelen en begon de gemeente toch te zingen.  Het lied dat we in Nederland ook kennen (ik heb hier niet de preciese tekst paraat:) een bewerking van de zegenbede van Numeri 6. Een van de andere ouderlingen kwam ons dus snel terugroepen. Ik voelde me even een concertpianist of zo, die nog een keer moet terugkomen, omdat ze in de zaal maar blijven applaudiseren. Maar toen tot me doordrong wat er gezongen werd, greep het me toch erg aan. En Truus kreeg het helemaal te kwaad.

We hebben na de dienst nog langs handen staan schudden en heel veel stywe drukkies gekregen. “Hoe vaak hebben we dit al moeten doen?” zeiden we tegen elkaar, op weg terug naar huis. “Afscheid nemen van zoveel mensen van wie je bent gaan houden”. Het went nooit.

Gisteravond hebben we het afscheid van Eric en Betty, onze buren en de eigenaars van onze woning hier, bezegeld het een etentje. We wilden als laatste nog een kop koffie, maar na een poosje kwam de kelner vertellen dat dat niet zou gaan: het water was op! Toen zijn we thuis, waar nog wel water was en is, maar die kop gaan drinken.

Nu gaan we de laatste dingen in de koffers stoppen en straks naar de luchthaven. En dan is er echt een einde gekomen aan Ferdinandentruusinaftrika.

Reacties

Over twee weken hopen we dus terug te zijn in Emmen: 5 april Deo volente. En dan begint dus echt het emeritaat? Uitgediend? Nee, nog even niet. Want die week van terugkeer wordt nog een druk weekje voor mij. Nauwelijks terug in Nederland moet ik eerst nog aan de bak als deputaat B(etrekkingen) B(uitenlandse) K(erken) van die kerken hier in Zuid-Afrika. Meteen de volgende dag al moet ik aansluiten bij de zogenaamde ‘Buitenlandweek’ van de generale synode van de Gereformeerde Kerken  (vrijgemaakt). Die week ontvangt de synode afgevaardigden van vrijwel alle buitenlandse kerken waarmee contact onderhouden wordt en worden met hen ook de belangrijkste agendapunten van de synode besproken.

In 2014 benoemde de sinode van de Vrye Gereformeerde Kerke in Suid-Afrika me tot deputaat. En vervolgens werd me binnen het deputaatschap het onderhouden van de contacten met de Nederlandse kerken toevertrouwd. Zodoende kwam ik in de vreemde positie dat ik, pas uit die Nederlandse kerken naar Zuid-Afrika gekomen, nu als Zuid-Afrikaans predikant die kerken moest gaan beoordelen. Enige flexibiliteit was daarbij wel gewenst.

Omdat ons deputaatschap moet rapporteren aan onze sinode die in augustus dit jaar gehouden wordt, en ons deputaatschap eigenlijk uit te weinig mensen bestaat om de vele taken goed te kunnen verrichten, heb ik me bereid verklaard dit laatste klusje na onze terugkeer in Nederland nog te klaren. Ik schrijf daarna ook nog mijn deel aan ons rapport. En dan zet ik een punt.

De dagen dat ik nog meedraai in die ‘Buitenlandweek’ is het belangrijkste agendapunt ongetwijfeld het rapport van een deputaatschap van de Nederlandse kerken waarin de openstelling van alle ambten in de kerk ook voor vrouwen bepleit wordt. Al heel wat jaren een heet hangijzer binnen de Nederlandse kerken. En meer dan een praktische, kerkordelijke aanpassing. Er gaat een andere manier van het lezen en uitleggen van Gods Woord achter schuil. Een manier die ik persoonlijk uiterst gevaarlijk vind. En ik ben niet de enige, en de kerken hier in Zuid-Afrika zijn ook niet de enige die dat vinden. Dat zal blijken in die ‘Buitenlandweek’. Er zullen stevige waarschuwingen klinken, en ook echt niet alleen van de zogenaamde ‘Immigrantenkerken’ in Australië, Canada en Zuid-Afrika. Het blad Nader Bekeken van februari 2017  is helemaal aan deze kwestie gewijd en bevat een aantal goed leesbare en inhoudelijk prima artikelen. Inzichtgevend is ook de Persrevue, waar je lezen kunt hoe ‘buitenstaanders’ over dit rapport oordelen. Ik kan het van harte aanbevelen!

Na die ‘Buitenlandweek’ heb ik nog niet gehad. Want de maandag daarop moet ik met een mede-deputaat die ook naar de ‘Buitenlandweek’ komt, nog een tweetal gesprekken voeren met  kerken die zich ruim 15 jaar geleden van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) afscheidden en daarna zelf  ook nog weer een kerkscheuring meemaakten. Onze kerken in Zuid-Afrika hebben geen officiële banden met deze twee kerkengroepen: De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en Gereformeerde Kerken Nederland (GKN), maar hebben ons als deputaten wel opgedragen oriënterende gesprekken met hen te voeren. Daarvoor mag ik die maandag dus nog even naar Hardinxveld-Giessendam en Papendrecht. 

Met het oog daarop gaan Truus en ik daarom de komende week eest nog een midweek bijtanken in Paternoster.

Reacties

Geen drie weken meer en we zijn, als de Heer het wil en wij nog hier op aarde leven, terug in Emmen. De tijd vliegt en dreigt ons nu door de vingers te glippen.

Ik heb inmiddels de catechisaties overgedragen aan gemeenteleden en zit er alleen nog een paar keer bij om, waar nodig, feedback te geven. Bezoeken breng ik alleen voor zover de ouderlingen en diakenen me daarom vragen.  En ik preek nog elke zondag twee keer, waarvan één dienst in een van de kerken op de Kaapse Vlakte. Alhoewel: zondag 26 maart en zondag 2 april zal ik beide diensten nog in Bellville voorgaan.

Afgelopen zondag waren Truus en ik nog een keer in Pretoria. Ditmaal niet met onze auto, maar met het vliegtuig. Waarbij we, voor het eerst van ons leven, rechtstreeks naar Pretoria-Noord (Wonderboom) vlogen. Met een fraai zicht op de stad bij de landing. En geen 20 minuten rijden naar het inmiddels vertrouwde adres waar we die dagen verbleven, op loopafstand van de kerk. De kerk van Johannesburg en die van Pretoria, beide vacant, hadden gevraagd of ik nog een zondag bij hen wilde voorgaan. Zij waren bereid de vliegkosten en de huur van een auto te betalen. Eigenlijk hadden we begin oktober vorig jaar daar al afscheid genomen, maar nu we toch nog twee maanden terug waren in Zuid-Afrika, wilden we maar wat graag aan dit verzoek voldoen.

De eerste avond en nacht maakten we daar een paar flinke onweersbuien mee waarbij er heel veel regen viel. Dan denk je, komend uit een kurkdroge Kaap: viel er bij ons maar zo ’n bui! Inmiddels heeft het hier deze week ’s nachts ook een beetje geregend, zodat de tuinen en parken weer wat opgefrist zijn. Maar het zette nog geen zoden aan de dijk. En de toestand wordt steeds nijpender. Er is nu nog voor minder dan 100 dagen water beschikbaar in de stuwmeren. En dan?

Zowel in Johannesburg als in Pretoria werden we na de dienst door de voorzitter van de kerkenraad warm toegesproken. Ik voel me daar dan wat ongemakkelijk onder: zoveel waardering, terwijl je al jaren feitelijk ‘weg’ bent, vanaf 1994. Maar het doet wel goed. En heel bijzonder was het cadeautje waarmee ze in Johannesburg kwamen aanzetten: een fles wijn, Fleur du Cap, gebotteld in de Bergkelder in Stellenbosch in 1975 (!). Bewust voor mij gekozen. Ze bleek nog drinkbaar ook, en we hebben de fles inmiddels ook maar leeggedronken, want die moet beslist mee naar Emmen. Maar een volle fles meenemen in het vliegtuig is riskant en geeft weer extra gewicht. We gieten hem straks wel vol met een of andere rode drank en drukken er een nieuwe kurk op. Want bewaren doen we hem! Van Pretoria kregen we een fotoalbum met (bijna) alle gemeenteleden erin. Van wie we de meesten nog wel kennen. Daar gaan straks ook onze kinderen vast op af vliegen.

Volgende week zaterdag, 25 maart,  is het afscheid van de gemeente hier. Eerst een gezamenlijke braai bij de kerk en daarna een meer formeel deel in de kerk. We zullen vragen of dat op het internet uitgezonden kan worden. ’s Zondags vieren we dan nog een keer samen het heilig avondmaal. De week daarna gaan Truus en ik nog van woensdag tot zaterdag een keer naar Paternoster bij de zee, dat voor ons een geliefd plekje geworden is om even helemaal afstand te nemen. En dan stappen we dinsdag 4 april DV rond 18.00 uur op het vleigtuig en hopen rond de middag op 5 april in Nederland terug te zijn.

Reacties

Een paar dagen voordat we in januari weer naar de Kaap zouden vertrekken, kreeg ik kiespijn. Duidelijk een zenuwontsteking. Op zaterdagmiddag kwam ik nog bij een tandarts in Emmen terecht voor een noodbehandeling. Maar die werd niet uitgevoerd. Het probleem was te omvangrijk. Ik kreeg een antibioticum en het advies om in Zuid-Afrika, of straks terug in Nederland, de behandeling te laten doen. Het kostte me wel € 65,- Gelukkig werkte het antibioticum en kon ik zonder vervelende kiespijn de vliegreis maken.

De behandeling hier bij onze eigen tandarts duurde twee uur! En anderhalve week later nog eens een uur. We hebben hier een tandarts die uiterst zorgvuldig te werk gaat. Er zijn alles met elkaar wel acht röntgenfotootjes gemaakt.

Ik hield mijn hart dus vast voor de rekening. Want we hebben in Nederland geen Tand Small of Tand Medium polis erbij genomen. Maar wie (niet: wat, zoals zoveel mensen tegenwoordig zeggen) schetst mijn verbazing toen de tandarts uiteindelijk maar, omgerekend, € 173,- vroeg. Ik dacht eerst dat het een vergissing was en dat ik alleen de rekening van de tweede, afrondende, behandeling had meegekregen. Dus heb ik er nog over gebeld. Maar nee, dit was wat de tandarts vroeg. Een afscheidscadeautje.

Ben ik even blij dat ik hier nog naar de tandarts gegaan ben, ook al heb ik sinds het antibioticum geen enkele pijn meer gehad.  Hoeveel zou ik in Nederland kwijt geweest zijn? Onze tandarts hier is gedurende heel de behandeling bang dat hij je pijn doet. Hij verontschuldigt zich voortdurend. Nou, John, deze behandeling deed geen centje pijn.

Reacties

Wanneer je naar Simonstad gaat, is het geen probleem om ook Muizenberg even aan te doen. Je komt er als vanzelf doorheen. Tenminste, als je met de auto reist. Maar wanneer je door de geschiedenis reist, is het verstandig om toch eerst wel even de kaarten te raadplegen.

Dat liet ik na toen ik in m’n vorige blog terloops ook even meedeelde dat Muizenberg genoemd is naar gouverneur Muysenberg, die een bedenkelijke rol speelde in de overgave van de Kaap aan de Engelsen in 1795. Die naam van die gouverneur meende ik onthouden te hebben uit het prachtige boek 1795 van Dan Sleigh. Zonder het verder na te trekken schreef ik het neer. Fout dus. De naam van die slappe gouverneur is Sluysken. Naar hem is alleen hier en daar een straat genoemd. En de naam Muizenberg heeft een andere achtergrond.

Maar dit muysje kreeg een staartje. Want Marius Bremmer (ik bracht hem op onze site al eens ter sprake) las mijn blog, terwijl hij zelf in 2012 al eens een krantenartikel had geschreven over Muizenberg en de oorsprong van die naam. Hij vroeg zich af of ik misschien een andere bron kende dan hij gebruikt had. Niet dus. En zo baarde deze muys een berg. Een berg informatie over de plaats Muizenberg. Hieronder volgt (het belangrijkste deel van) het krantenartikel van Marius.

Je staat gek te kijken als je rijdend door Kaapstad overal ‘Muizenberg’ op verkeersborden ziet staan. Mjoezenburk, zeggen Engelstalige bewoners van de Kaap. We gaan er maar eens kijken en wat  mijmeren….!

 Het Zuid-Afrikaanse Muizenberg ligt er verrassend mooi bij, tussen het Kaapse Schiereiland en de Hottentots Hollandbergen. Vanuit Kaapstad ben je er zo. Het is een prachtig stadje aan zee, met bebouwing tegen de bergen. Er staan mooie villa’s in Victoriaanse en Edwardiaanse stijl: een Britse uitstraling dus.

Het waait er vaak enorm, ook vandaag, er zijn zelfs waaibomen! De zee heeft schuimende koppen, er wordt flink gesurft en deze zonnige zomerzondag lokt ondanks de felle wind toch veel mensen in het water. Links en rechts van me zie ik een van de mooiste stranden van Zuid Afrika, maar liefst 38 kilometer wit zand. De badgasten zijn blank, bruin en zwart en ze poedelen allemaal door elkaar. Een mooi plaatje in het Zuid-Afrika anno 2012. Dat was vroeger wel anders!

Ook uniek zijn de kleurige strandhuisjes. Wat een mooi plaatje levert dat op. Langs de kust loopt een weg en een spoorlijn, waar regelmatig een passagierstrein passeert. Station Muizenberg mag er zijn: een prachtig gebouw! Een station pal aan zee, waar zie je dat?

Bij de spoorwegovergangen staan waarschuwingen in het Engels, het Afrikaans en het Xhosa, een Bantoetaal. Wat is het Afrikaans toch een grappige taal. Met een beetje taalgevoel heb je het Engels niet nodig om dit te begrijpen: “Kruis die spoor slegs as die pad oorkant oop is”.

Schepen van de Verenigde Oost- Indische Compagnie (VOC) rondden in de slipstream van de Portugezen al sinds het einde van de zestiende eeuw Kaap de Goede Hoop. Die Portugezen waren er al vroeg bij: in 1488 rondde Bartholomeus Diaz als eerste ‘Cabo de boa Esperança’. Wat waagden ze zich met de beperkte middelen van toen al ver van huis!

De VOC -opgericht in 1602- stichtte pas in 1652 een verversingspost op de zuidelijkste punt van Afrika. Daarvoor tekende Jan van Riebeeck, geboren in Culemborg. Hij stichtte wat nu Kaapstad is. Op de heenweg naar de eilanden van Indië of op de terugweg naar huis stopte men er om vers drinkwater en voedsel in te slaan. De bemanning stortten zich en passant op de lokale vrouwen en zondags vierde men er het Heilig Avondmaal.

Soms vergistte de kapitein zich. Hij navigeerde dan te vroeg richting wal en kwam zo in de verkeerde baai aan, de valse baai! Daarom ligt Muizenberg nu aan ‘False Bay’ of ‘Valsbaai’, zoals de Afrikaanse naam luidt.

Al snel leek het handig om ook de valse baai te benutten voor de bevoorrading van schepen. De VOC stichtte er daarom in 1673 een ‘veepost’ voor vers vlees. Later kwam er ook een militaire post. De eerste leider hiervan was sergeant Wynand Muijs. Zo ontstond de naam Muizenberg, als een verbastering van Muijs Zijn Berg ontstond de naam Muysenbergh.

Er is nu nog steeds een posthuis uit 1742, ‘Het Posthuys’ geheten. Schepen op weg naar de Oost lieten er hun strategische post en liefdesbrieven achter, die dan weer werd meegenomen door schepen die weer op weg naar huis waren. Ook diende dit posthuis als tolhuis: boeren uit de omgeving die hun koopwaar kwamen aanbieden aan passerende schepen moesten belasting betalen. Later diende het posthuis nog als politiewacht, als bordeel en als hotel. In 1980 werd het gebouw gerestaureerd met geld van de Anglo American Corporation, een multinationale mijnmaatschappij. Nu is er een kleine collectie van foto’s en interessante voorwerpen uit de vroege jaren van het stadje te bezichtigen. Die collectie wordt beheerd wordt door de ‘Muizenberg Historical Conservation Society’.

In de geschiedenisboeken is Muizenberg verder nog bekend om de ‘Slag bij Muizenberg’. In 1795 vielen de Britten hier de Nederlanders van de VOC aan. Een makkelijke prooi, want de Fransen waren net Nederland als bezetter binnengetrokken; het begin van ‘de Franse Tijd’. Voor de Britten was dit het begin van de bezetting van de Kaap, die uitmondde in de bezetting van hele delen van zuidelijk Afrika. Aan deze slag bij Muizenberg herinneren nog de resten een Nederlands fort tegen de Berg, met fraai uitzicht over False Bay.

In zee bij Muizenberg zwemt de gevaarlijke witte haai. Daarom zijn er uitkijkposten die zwemmers en surfers waarschuwen als er witte haaien worden gezien. Ik ga maar niet zwemmen vandaag.

 

 

 

 

Reacties

Vorige week deden we een dagje Simonstad. Het Zuid-Afrikaanse Den Helder. Marinehaven. Ook de plaats waar de Engelsen in 1795 aan land kwamen en zonder noemenswaardig verzet konden doorstoten tot Kaapstad. Omdat de Kaapse gouverneur Muysenberg een slappeling was. De plaats Muizenberg is naar hem genoemd. Daar rijd je doorheen op weg naar Simonstad.

In Simonstad kwamen we voorbij een klein, niet erg opvallend monument, maar met een indrukwekkende tekst. Ik heb een foto geplaatst op de site:

Ter gedagtenis aan ons medeburgers wat vir baie geslagte in vrede en eensgesindheid hier gewoon het totdat hulle in 1967 as gevolg van wetgewing verskuif is. Opgerig deur hul medeburgers”.

Een openlijk protest, met een toon van schaamte, binnen Zuid-Afrika zelf tegen de onmenselijke apartheidswetten waarvan de gevolgen nog steeds schrijnend aanwesig zijn.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl